Techniek

Onderhoud aan je mountainbike

Onderhoudsadvies zegt meestal “regelmatig”. Daar heb je niets aan. Hieronder staat het in kilometers, met erbij waaraan je het zíet — want dat signaal is betrouwbaarder dan welke teller ook.

Na elke rit

Modder eraf, maar zonder hogedruk

elke rit

Spoel modder en zand eraf met een tuinslang op lage druk of een emmer water. Hogedruk perst water door de afdichtingen van je lagers, naaf en vering — dat kost je op termijn meer dan de tijdwinst waard is.

Waaraan je het ziet: Opgedroogde modder op het frame, korrels in de aandrijving.

Ketting drogen en smeren

elke rit

Droog de ketting na het spoelen en breng verse olie aan. Een natte, ongesmeerde ketting is binnen een dag oranje.

Waaraan je het ziet: Een piepende of dof klinkende ketting, of zichtbaar droge schakels.

Nodig: Kettingolie, doek

Aandrijving

Kettingslijtage meten

elke 400–800 km

Meet de rek met een kettingslijtagemeter. Vervang bij 0,5% rek (11- en 12-speed) of 0,75% (minder versnellingen). Op tijd vervangen kost een ketting; te laat vervangen kost ketting, cassette én kettingbladen.

Waaraan je het ziet: De meter valt erin, of de ketting slipt onder belasting op het grootste blad.

Nodig: Kettingslijtagemeter

Ketting vervangen

elke 1500–3000 km

Bij 0,5% rek vervangen. In Nederlands zand gaat een ketting korter mee dan het getal op de verpakking suggereert.

Waaraan je het ziet: Meter geeft 0,5% of meer aan.

Nodig: Kettingpons, quick link

Cassette en kettingbladen controleren

elke 4000–10000 km

Vervang je op tijd je ketting, dan gaat een cassette drie tot vier kettingen mee. Sla je dat over, dan slijten ze samen en moet alles tegelijk.

Waaraan je het ziet: Een verse ketting slipt — dan is de cassette op.

Achterderailleur afstellen

elke 500–1000 km

Kabels rekken op. Draai de stelschroef bij tot het schakelen weer schoon en stil is.

Waaraan je het ziet: Traag schakelen omhoog, of ratelen in een bepaald verzet.

Banden en tubeless

Tubeless-melk verversen

elke 4 maanden

Melk droogt in. Schud aan de band: hoor je niets klotsen, dan is hij leeg en dicht een gaatje zich niet meer vanzelf. Reken op drie tot zes maanden, korter in een warme zomer.

Waaraan je het ziet: Geen geklots bij schudden; kleine lekken lopen leeg.

Nodig: Tubeless-melk, ventieldopsleutel

Bandenspanning controleren

elke rit

Voor elke rit. Tubeless verliest langzaam lucht, en het verschil tussen 1,5 en 1,7 bar voel je direct.

Waaraan je het ziet: Altijd voor vertrek. Reken je juiste druk uit op de rekenhulp.

Nodig: Digitale drukmeter

Bandprofiel en zijwand nakijken

elke 1000–2500 km

Let op afgeronde zijnoppen en sneetjes in de zijwand. Een achterband slijt ongeveer twee keer zo snel als een voorband; ze omwisselen kan, maar de voorband hoort het meeste profiel te houden.

Waaraan je het ziet: Zijnoppen rond in plaats van hoekig, of grip die in bochten wegvalt.

Remmen

Remblokken meten

elke 500–2000 km

Bij minder dan 1 mm remvoering vervangen, exclusief de metalen drager. In natte modder gaan blokken hard achteruit — een winter op löss haalt er in één seizoen doorheen.

Waaraan je het ziet: Metalig schuren, een lange hendelslag, of zichtbaar dunne blokken.

Remmen ontluchten

elke 12 maanden

Jaarlijks, of eerder als de hendel richting het stuur zakt. DOT-vloeistof neemt water op; minerale olie minder, maar ook die veroudert.

Waaraan je het ziet: Sponzige hendel, of een hendel die verder doorkomt dan vorige maand.

Vering

Sag opnieuw instellen

elke 3 maanden

Luchtveren verliezen langzaam druk. Controleer je sag elk kwartaal en na elke verandering van bagage of rijstijl.

Waaraan je het ziet: De fiets voelt harder of juist doorzakkerig zonder dat je iets veranderd hebt.

Nodig: Veerpomp

Stofkeringen schoonmaken

elke 300–800 km

Veeg zand van de binnenpoten en de stofkeringen en breng een druppel veringolie aan. Zand dat blijft zitten schuurt de coating stuk.

Waaraan je het ziet: Een droge, stroeve slag of een vuilrand op de binnenpoot.

Veringservice

elke 12 maanden

De meeste fabrikanten schrijven een kleine service per 50 uur en een grote per 100 tot 200 uur voor. Het schema van jouw vork of demper is leidend, niet dit getal.

Waaraan je het ziet: Olie op de binnenpoot, of demping die merkbaar minder wordt.

Per seizoen

Winterklaar maken

elke rit

Rijd je in de winter minder: maak de fiets schoon, smeer de ketting royaal, zet de banden op druk en hang hem droog. Een fiets die vuil en met natte melk in de schuur staat, kost je in maart een middag.

Waaraan je het ziet: Begin van het winterseizoen.

Bouten natrekken op koppel

elke 500–2000 km

Stuur, stuurpen, zadelpen, remklauwen en schijfbouten. Gebruik een momentsleutel: te vast is bij carbon net zo schadelijk als te los.

Waaraan je het ziet: Kraken bij belasting, of een remklauw die verloopt.

Nodig: Momentsleutel

Welk kettingvet op welke bodem

Dit is het stukje onderhoud dat in Nederland anders werkt dan in de bergen. Zand vraagt iets anders dan löss, en de winter iets anders dan de zomer.

Droog vet (wax)

Duinzand · Dekzand

Zand en dekzand in het droge seizoen — Veluwe, Brabantse zandgronden, duinen. Trekt weinig stof aan, dus je aandrijving blijft schoon.

Nadeel: Spoelt eruit bij regen. Na een natte rit opnieuw aanbrengen.

Nat vet (olie)

Löss · Veen · Klei

Löss, veen en klei, en de hele Nederlandse winter. Blijft zitten als het nat en modderig is.

Nadeel: Plakt zand vast. Op droog zand slijt je aandrijving er juist sneller mee.

Allround vet

Keileem

Keileem en gemengde omstandigheden, of als je maar één flesje wilt hebben.

Nadeel: Nergens de beste keuze, overal bruikbaar.

Weet je niet op welke bodem je rijdt? Dat staat op elke routepagina, en op rijdbaar vandaag per gebied.

Wat je hiervoor nodig hebt

Links naar Amazon.nl. Geen meerprijs voor jou, kleine commissie voor NLMTB.NL.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak moet ik mijn mountainbike-ketting smeren?

Na elke natte of zanderige rit, en verder zodra de ketting droog klinkt. Een vast interval bestaat niet: één modderige winterrit vraagt meer dan vijf droge zomerritten. Spoel eerst het zand eraf, droog de ketting en breng dan pas olie aan — smeren over zand heen werkt als schuurpasta.

Wanneer moet ik mijn ketting vervangen?

Bij 0,5% rek voor 11- en 12-speed, of 0,75% bij minder versnellingen. Meet dat met een kettingslijtagemeter, ongeveer elke 500 kilometer. Op tijd vervangen kost alleen een ketting; te laat vervangen kost ketting, cassette én kettingbladen.

Hoe vaak moet tubeless-melk ververst worden?

Elke drie tot zes maanden. Schud aan de band: hoor je niets klotsen, dan is de melk ingedroogd en dicht een gaatje zich niet meer vanzelf. In een warme zomer droogt melk sneller in dan in de winter.

Mag ik mijn mountainbike met een hogedrukspuit schoonmaken?

Liever niet. Hogedruk perst water door de afdichtingen van je lagers, naaf en vering. Een tuinslang op lage druk of een emmer water doet hetzelfde werk zonder die schade. Spuit in elk geval nooit direct op naaf, trapas of stofkeringen.

Welk kettingvet moet ik gebruiken in Nederland?

Dat hangt af van waar je rijdt. Op zand en dekzand in het droge seizoen werkt droog vet of wax het best: dat trekt weinig stof aan. Op löss, veen en klei — en in de hele Nederlandse winter — heb je nat vet nodig, want dat blijft zitten als het modderig is. Nat vet op droog zand slijt je aandrijving juist sneller.

Onderhoud is de helft; de andere helft is afstelling. Sag, zadelhoogte en cockpit staan apart.